Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De werk-privébalans van ouders is ook van belang voor hun kinderen

Ernst Jurgens
Bas Sorgdrager
Ernst Jurgens reageert hieronder op een artikel van Bas Sorgdrager en Moniek van Zitteren in het themanummer van TBV over vrouwspecifieke gezondheidsproblemen. Ook stelt hij deze auteurs enkele vragen. Sorgdrager en van Zitteren reageren vervolgens op de opmerkingen van Jurgens en beantwoorden zijn vragen.

Geachte auteurs, beste Moniek en Bas,

Hartelijk dank voor uw waardevolle bijdrage aan de discussie over moederschap en werk-privébalans. Uw artikel raakt aan een belangrijk maatschappelijk thema dat verder gaat dan alleen arbeidsparticipatie: het gaat om de fundamenten van gezonde gezinnen, duurzame inzetbaarheid én de ontwikkeling van de volgende generatie.

Het belang van de eerste 1000 dagen

Zoals uit meerdere studies blijkt, zijn de eerste 1000 dagen – van conceptie tot het tweede levensjaar – een cruciale periode voor de fysieke, mentale en sociale ontwikkeling van een kind.1,2 Ouderlijk functioneren, waaronder werkstress en vermoeidheid, heeft juist in deze periode een aantoonbare impact op de ontwikkeling van kinderen.3,4 Een disbalans tussen werk en privé kan leiden tot emotionele uitputting bij ouders, wat zich vertaalt in minder responsieve opvoeding en verhoogde risico’s op gedragsproblemen, stress en verminderde hechting bij kinderen.5 Dit maakt het des te belangrijker dat er een bredere discussie wordt gevoerd over hoe werkmodellen en verlofregelingen beter kunnen aansluiten op de behoeften van jonge gezinnen.

Preventieve rol van bedrijfs- en verzekeringsartsen

Uw artikel benoemt terecht dat bedrijfs- en verzekeringsartsen rekening moeten houden met de veranderingen die ouderschap met zich meebrengt. Tegelijkertijd wordt gesuggereerd dat hun rol beperkt zou moeten blijven tot het objectiveren van beperkingen. Deze schijnbare tegenstelling vraagt om een herbezinning. De NVAB-richtlijn Zwangerschap, postpartumperiode en werk (2018) benadrukt juist het belang van vroegtijdige preventieve advisering, afgestemd op werkomstandigheden én de levensfase van de werknemer.6 Dit voorkomt niet alleen gezondheidsproblemen bij moeders, maar draagt ook bij aan een stabielere start voor het kind.

Zwangerschap als tijdelijke onderbreking – of een structurele transitie?

Hoewel het juridisch klopt dat zwangerschap vaak als tijdelijke werkonderbreking wordt gezien, blijkt uit onderzoek dat veel vrouwen postnataal structurele uitdagingen ervaren op het gebied van energie, belastbaarheid en mentale draagkracht. 2 De combinatie van zorgtaken, herstel, maatschappelijke rolverwachtingen en werkhervatting vraagt om meer dan tijdelijke aanpassingen – het vraagt om structureel andere werkmodellen.

Overcompensatie en stress bij ouders

U benoemt terecht het risico van overcompensatie bij vrouwen na zwangerschap, wat kan leiden tot overbelasting. Echter, om preventie effectief te maken moet dit juist gericht zijn op het verlagen van de draaglast, niet het vergroten van de aanpassingsdruk. Structurele werkdruk en het ontbreken van regelruimte vergroten het risico op affectieve verwaarlozing, waarbij ouders door uitputting minder emotioneel beschikbaar zijn voor hun kinderen.7,8

Werkstress en gezondheid van kinderen

Werkstress van ouders is geen puur individueel probleem, maar heeft intergenerationele gevolgen. Kinderen van ouders met onregelmatige werktijden of chronische werkstress hebben een verhoogde kans op cognitieve achterstand, sociaal-emotionele problemen en slechtere gezondheid op latere leeftijd.3,4 Dit benadrukt de noodzaak van een breder maatschappelijk debat over gezinsvriendelijk werkbeleid. Is het niet tijd dat we, naast individuele interventies, ook een ‘gezinsimpactanalyse’ integreren in het beleid van werkgevers – als structureel onderdeel van preventieve arbeidsgezondheidszorg?

Van ‘Motherhood Constellation’ naar gedeeld ouderschap

Het klassieke concept van de ‘Motherhood Constellation’9, waarin de moeder-kindrelatie centraal staat in het vroege ouderschap, wordt in toenemende mate heroverwogen. Recente studies benadrukken het belang van een meer inclusieve benadering van ouderschap, waarin beide ouders vanaf het begin als gelijkwaardige verzorgers worden erkend.10,11 In dit licht verdient ook de rol van vaders meer expliciete aandacht in de discussie over werk-privébalans en ondersteunend beleid.

Naar een nieuw werkmodel

De huidige werkstructuren zijn veelal gebaseerd op lineaire werkmodellen met vaste werktijden en volledige beschikbaarheid. Deze modellen sluiten slecht aan bij de realiteit van moderne gezinnen. Een paradigmaverschuiving naar flexibel, cyclisch en gezinsvriendelijk werken is noodzakelijk – denk aan resultaatgericht werken, aangepaste roosters en het normaliseren van verlof voor beide ouders. Niet alleen moeders moeten hun werk aanpassen aan hun zorgrol – ook vaders verdienen ruimte en ondersteuning om daadwerkelijk ‘parenting partners’ te zijn.

Vragen aan de auteurs

1. Hoe ziet u de rol van bedrijfs- en verzekeringsartsen in het vinden van een balans tussen preventief adviseren en het objectief vaststellen van beperkingen bij (aanstaande) moeders?

2. Welke strategieën kunnen werkgevers implementeren om zowel moeders als vaders te ondersteunen in hun streven naar een gezonde werk-privébalans, en hoe kunnen bedrijfsartsen hierin faciliteren?

3. Hoe kunnen preventieve maatregelen binnen bedrijven worden vormgegeven om de negatieve effecten van een verstoorde werk-privébalans op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen te voorkomen?

4. Hoe verhoudt de huidige focus op ‘individuele aanpassing’ (zoals verlofregelingen en flexibele werkmodellen) zich tot de bredere noodzaak om onze werkcultuur en economische structuren fundamenteel te herzien? Zou een transitie naar een niet-lineair werkmodel, een effectievere oplossing zijn dan enkel individuele maatregelen?

5. Er wordt steeds meer bewijs geleverd dat werkstress van ouders de gezondheid en ontwikkeling van jonge kinderen beïnvloedt. In hoeverre ligt hier een maatschappelijke verantwoordelijkheid? Moeten werkgevers en beleidsmakers verplicht worden om de impact van hun werkmodellen op de nieuwe generatie expliciet mee te nemen in hun besluitvorming, bijvoorbeeld via een ‘gezinsimpactanalyse’ bij nieuw werkbeleid?

6. In de discussie over werk-privébalans wordt de verantwoordelijkheid grotendeels bij moeders gelegd, terwijl vaders vaak buiten beeld blijven. Hoe zou een écht gelijkwaardig ouderschapsmodel eruit kunnen zien? Moeten vaders net als moeders automatisch een periode van betaald verlof krijgen, of moeten werkgevers worden verplicht om actief te stimuleren dat vaders ook hun zorgtaken opnemen?

Literatuur

1. Pharos. Eerste 1000 dagen van een kind. Online Pharos-publicatie.
2. TNO. Werk en Gezondheid in de eerste 1000 dagen. Leiden: TNO, 2023. https://www.tno.nl
3. Strazdins L, Baxter J, Li J. (2023). Parenting Under Pressure: Work Stress and its Impact on Child Development. Soc Sci Med 2023;91(2):302-319.
4. Han W, Waldfogel J. Work-Life Balance and Child Well-being: The Role of Flexible Work Arrangements. J Fam Studies. 2022;38(1):25-44.
5. Daniel S, Brown K. Li J. Parental Work Schedules and Child Development: The Impact of Unstable Employment Patterns. Child Devel J. 2021;92(3):512-529.
6. NVAB. Richtlijn Zwangerschap en Werk: Advies voor bedrijfsartsen. Utrecht: NVAB, 2018.
7. Roskam I, Raes ME, Mikolajczak M. (2017). Exhausted parents: Development and preliminary validation of the Parental Burnout Inventory. Front Psychol 2017;8:163.
8. Mikolajczak M, Brianda ME, Avalosse H, Roskam I. Parental burnout and its consequences on parenting and child behavior. Clin Psychol Science 2018;6(5);744-752.
9. Stern DN. The Motherhood Constellation: A Unified View of Parent-Infant Psychotherapy. Basic Books, 1995.
10. Cabrera NJ, Volling BL, Barr R. Fathers Are Parents, Too! Widening the Lens on Parenting for Children’s Development. Child Develop Perspect 2018;12(3):152-157.
11. Lamb ME. The Role of the Father in Child Development (5th ed.). Wiley, 2010

Met gezonde groet,

J.E. Jurgens, MD, OHP, MSc, bedrijfsarts en medisch bioloog

Beste Ernst,

Veel dank voor je reactie en de oproep tot nadere invulling van onze samenvattende opmerking aan het slot van onze ‘zeepkist’. ‘Moderne regelingen hanteren immers flexibiliteit als uitgangspunt en geven werkgevers en vrouwen de ruimte voor een optimale invulling van zwangerschap en de periode na de bevalling.’

We herkennen in onze praktijk twee kernproblemen: de verzuchting van de werkgever ‘alweer iemand zwanger’ met de worsteling van die werkgever om de tijdelijke afwezigheid adequaat in te vullen, en als tweede probleem de vrouw om wie het gaat: een neiging tot uitstellen van de zwangerschap en eenmaal zwanger, een kans op overcompensatie met het risico op medische gevolgen.

De informatie die je aandraagt en de vragen die je stelt zijn zeer relevant, maar we vrezen dat wij die niet goed kunnen beantwoorden. Wetenschappelijk onderzoek is nodig om ons meer inzicht en houvast te geven. We kunnen onze beroepsverenigingen vragen om een standpunt te ontwikkelen over deze materie en dat via hun contacten te delen met de politieke partijen. Want er zijn ook politieke keuzen nodig om werkgevers en werknemers, moeders en vaders een kader te bieden waarbinnen hun eigen keuzen mogelijk zijn.

Regelingen en voorzieningen pakken overigens gemakkelijk anders uit dan beoogd. Uit een blog op TBV online blijkt dat vooral theoretisch opgeleide moeders, die goed verdienen en substantieel bijdragen in het gezinsinkomen, blijven werken na de geboorte van hun eerste kind. Praktisch opgeleide jonge moeders die hun partner als kostwinner zien, besluiten juist geregeld om minder te gaan werken of stoppen helemaal. Individuele keuzen leiden zo tot grotere inkomensverschillen.

Wij proberen met onze artikelen bedrijfs- en verzekeringsartsen breed te informeren en waar mogelijk invloed te hebben op het maatschappelijke en/of politieke debat. We zijn daarom blij met reacties van lezers die tot verdieping en een verdere dialoog leiden.

Met vriendelijke groet,

Bas Sorgdrager, bedrijfsarts, en Moniek van Zitteren, verzekeringsarts, beiden lid van de TBV-redactie.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen
account, maak dan hieronder een account aan.
Lees ook de spelregels.